Er zijn van die dagen.
Dat je je afvraagt: waarom de f*ck doe ik dit eigenlijk?
Dagen waarop je denkt: “Laat maar. Ik trek het niet meer.”
Dat je op je kantoor zit met koffie die koud is geworden en ogen die te veel hebben gezien.
Dat je Insta opent en alles voelt als nep, overdreven, te glad, te gemaakt —
en jij zit daar met je hoofd vol zorgen en je hart vol twijfel.
Ja, ik heb dat ook.
Niet één keer. Meerdere keren.
Dagen dat ik wilde stoppen.
Dagen dat ik wilde verdwijnen.
Dagen dat ik dacht: “Misschien is dit gewoon niks voor mij.”
Maar weet je waarom ik bleef staan?
Omdat ergens diep in mij een vuur brandt.
Niet altijd groot. Soms maar een klein waakvlammetje.
Maar het dooft niet.
Omdat ik weet dat ík degene ben die ik vroeger nodig had.
Omdat ik weet dat de vrouwen die ik nu bereik, voelen wat ik ook heb gevoeld.
En omdat ik het zat was om klein te blijven omdat het comfortabel was.
Ik wilde leven. Groots. Echt. Op mijn manier.
Dus ik stond op. Steeds opnieuw. Zelfs met tranen.
Zelfs met onzekerheid. Zelfs als ik mezelf even niet geloofde.
En jij?
Als jij dit leest en voelt: “Shit, dit ben ik” — weet dan:
Je hoeft het niet te snappen.
Je hoeft alleen maar te blijven staan.
En als dat niet lukt, ga dan even zitten. Adem. En kom daarna terug.
Want je bent gebouwd voor vuur, vrouw.
En vuur blaas je niet zomaar uit.