“Ik heb niks om aan te trekken.”
Als ik een euro had gekregen voor elke keer dat een vrouw dat tegen me zei, had ik inmiddels een villa in Italië gekocht.
En nee, het gaat niet om een lege kledingkast. Het gaat om een kast die volhangt – bomvol zelfs – maar waar geen enkel kledingstuk jou écht vertegenwoordigt. Waar niks klopt met wie jij werkelijk bent.
En dát is precies waar het pijn doet. Want die kast is niet zomaar een kast, een meubelstuk waar stoffen in hangen. Die kast is een spiegel. Een spiegel van hoe jij jezelf ziet. Of misschien nog pijnlijker: hoe weinig jij jezelf nog ziet.
De dag dat ik mezelf kwijt was in mijn eigen spiegel
Ik weet nog hoe het voelde. Het was zo’n doodgewone ochtend. Ik stond voor de spiegel in de badkamer. Mijn haren half nat, make-up half op, koffie koud op het aanrecht. En daar stond ze: de vrouw die ik ooit was. Of beter gezegd: de vrouw die ik dacht te zijn.
Maar ik herkende haar niet meer.
Wat ik zag, was iemand die alles maar net redde.
Moeder.
Partner.
Werknemer.
Vriendin.
Alle rollen ingevuld alsof ik een lijstje afwerkte.
Alles onder controle, alles ogenschijnlijk ‘perfect.’
En toch..
De vrouw achter die rollen was spoorloos verdwenen. Foetsie.
Mijn ogen leken dof. Mijn glimlach voelde als een verplichting. Mijn schouders zwaar van alles wat ik droeg, maar nooit uitsprak. ‘Niet zeuren, gewoon doorgaan’ was een mantra dat ik mezelf heel vaak voorhield.
Mijn kledingkast loog niet
Diezelfde ochtend trok ik de deuren van mijn kast open. En daar hing het bewijs.
Veilige basics. Praktische outfits. Zwart, beige, grijs. Niets dat knalde. Niks dat zei: hier ben ik.
Alles fluisterde: val maar niet teveel op.
Jurken die ik ooit graag droeg, maar nu al jaren onaangeraakt hingen. Broeken die vooral comfortabel waren, maar me nooit krachtig lieten voelen. Shirts die ik aantrok omdat ze handig waren, niet omdat ze iets vertelden.
Het was alsof mijn kast mijn binnenwereld verklapte: leeg, uitgeblust, onzichtbaar.
Ik schrok me kapot
En daar gebeurde het: ik schrok van mijn eigen spiegelbeeld. Niet van beginnende rimpels, of die kilootjes extra. Maar van het feit dat ik mezelf niet meer zag.
Geen glans. Geen pit. Geen vrouw.
Het enige wat ik voelde was: ik ben mezelf kwijtgeraakt.
En dat is misschien wel de meest pijnlijke gedachte die je als vrouw kunt hebben. Want hoe kun je zichtbaar zijn in de wereld, in de modewereld in mijn geval, als je jezelf niet eens meer terugziet in de spiegel.
Je kledingkast verraadt vaak sneller dan jijzelf dat je jezelf kwijt bent.
Kleding is nooit neutraal
Veel vrouwen geloven dat kleding “maar kleding” is.
Onzin!
Elke outfit is een boodschap. Een non-stop billboard van jouw identiteit.
De jeans met oversized trui? “Ik wil verdwijnen. Ik ben er niet.”
De eeuwige blazer zonder pit? “Ik speel mee, maar niet te luid.”
Dat jurkje dat je alleen draagt op een verjaardag omdat “het te netjes staat?”
“Ik ben iemand die ik eigenlijk niet ben.”
Mode en kleding zijn nooit neutraal. Je laat óf zien wie je werkelijk bent, óf je verstopt je achter gemak en veiligheid.
En precies daar wringt vaak de schoen. We willen namelijk niet “oppervlakkig” veel met ons kleding bezig zijn. Maar diep van binnen voel jij dat er een vrouw in je zit die véél krachtiger, zichtbaarder en vrijer is dan wat je nu draagt.
Mijn eye-opener in de paskamer
Een tijdje geleden stond ik in de paskamer in een winkel, klaar om outfits te kiezen voor mijn content. Geen “leuke aankoop” omdat ik er zin in had. Nee: bewust kiezen.
En terwijl ik daar stond, realiseerde ik me weer: ik koop niet meer zomaar kleding. Alles was ik meeneem, moet kloppen met mijn merk, mijn energie en de vrouw die ik elke dag laat zien. Mezelf. Kleding is een directe ingang naar wie ik ben, ongeacht of ik een fijne dag heb of niet. En dat is de shift die ik elke vrouw gun.

De rol die je speelt, of de vrouw die je bént
Veel van mijn coachee’s zeggen in het begin: “Maar Nikki, ik heb gewoon praktische kleding nodig. Voor werk. Voor thuis. Voor de kinderen.”
Maar laten we eerlijk zijn: in veel gevallen is dat een excuus. Praktisch betekent vaak: jezelf simpelweg wegcijferen.
Want je kunt óók praktisch én krachtig zijn. Je kunt outfits kiezen die comfortabel zitten maar wél iets uitstralen: “Hier staat een vrouw die weet wie ze is.”
De vraag is: durf jij die vrouw te laten zien?
Begin vandaag nog
- Ruim de leugens op
Open je kast en pak één kledingstuk waar je altijd omheen grijpt omdat het “makkelijk”is.
Wees eerlijk: maakt dit je krachtiger of kleiner?
Als het je kleiner maakt: weg ermee! - Voel in plaats van passen
De volgende keer dat je iets past, stel jezelf niet de vraag: “Staat dit leuk?” maar: “Voel ik mezelf groter of kleiner worden in dit stuk? Je lichaam liegt niet. - Bouw jezelf op als “merk”
Zie je kledingkast als je merk. Kies kleuren, vormen en details die jouw energie dragen. Voor mij is dat bold, in combinatie met classy. Veel contrasten en mijn lievelingskleuren: zwart, bordeaux, army, en goud.
Voor jou kan dat totaal anders zijn – maar het moet van jou zijn.
Een kledingkast die klopt, is geen luxe. Het is een dagelijkse anker in wie jij werkelijk bent.
Waarom dit verder gaat dan fashion
De reden dat ik fashion in mijn coaching verweef, is simpel: transformatie moet je vóelen. Je kunt honderd keer tegen jezelf zeggen dat je krachtig bent, maar pas als je het in de spiegel ziet, valt het kwartje.
En dat moment is GOUD.
De vrouw die zichzelf aankijkt in de spiegel en de herkenning weer ziet. “Oh, daar ben ik. Dit ben ik.”
Dat is geen mode, en heeft ook niks met mode te maken.
Het is identiteit.
Unapologetically,
Nikki