Vroeger was mijn kledingkast een rommelige tijdlijn van alle versies van mij.
- De onzichtbare versie: zwart, grijs, oversized en veilig.
- De alles-opnieuw-versie: hakken, v-hals, statement oorbellen.
- De moeder-met-melk-op-haar-trui-versie: praktisch, comfortabel, geen tijd.
En op een dag stond ik daar. Midden in mijn kast.
En ik dacht: wie van al deze vrouwen ben ik nog?
Ik voelde me letterlijk verdwaald tussen mijn eigen kleding.
Dus ik begon op te ruimen.
Niet Marie Kondo-stijl. Meer: Nikki-met-een-afspeellijst-en-een-vuistregel.
Wat past bij de vrouw die ik aan het worden ben?
Wat draagt mijn kracht? Wat saboteert het? Wat voelt als uitgesteld leven?
En ik maakte een moodboard.
Niet van Pinterest. Van mijn binnenkant.
Van hoe ik me wil voelen. Wat ik wil uitstralen. Wat ik wil ownen.
Nu is mijn kledingkast niet alleen een rek met stoffen.
Het is een verlengstuk van mijn identiteit. Een verzameling keuzes.
- Die blazer? Die draag ik als ik m’n grens voel.
- Die jurk? Die trek ik aan als ik me wil herinneren dat ik vrouw ben, niet alleen ‘aanwezig’.
- Die hakken? Die zijn geen mode. Die zijn mijn anker.
Kleding is geen oppervlak. Het is energie. Het is taal. Het is dagelijks leiderschap.
En sinds ik mijn kast ben gaan behandelen als een verlengstuk van mijn visie,
verschijn ik niet alleen anders naar buiten, maar ook naar binnen.
Want hoe je jezelf aankleedt, is hoe je jezelf behandelt.
En ik kies voortaan voor respect. Power. En een vleugje drama.
Altijd.